Het gezin van Ja’akov, dat in Egypte terecht was gekomen, werd steeds groter en de nieuwe Fara’o begon zich daarover te irriteren. Eerst werden ze allen aan het werk gezet en vervolgens gebood Fara’o zijn hele volk dat alle jongetjes die geboren werden in de rivier geworpen moesten worden. Eén jongetje die aan deze verschrikkelijke wet ontvluchtte was… Mosje.
Ondanks dat Mosje grootgebracht werd in het koninklijk paleis had hij de binding met zijn broers/zusters niet verloochend.
Als gevolg van zijn opkomen voor een Hebreeuwse slaaf, moest hij uit Egypte vluchten en kwam hij in Midjan terecht.
In Midjan verscheen G-d voor Mosje en kondigde aan dat de tijd van de verlossing aangebroken was, Mosje kreeg opdracht van G-d om naar de Fara’o te gaan en de vrijlating van de slaven van hem te eisen.
Na zijn initiële aarzeling verscheen Mosje samen met zijn broer Aharon uiteindelijk voor de Fara’o met zijn G-delijke boodschap, maar Fara’o was niet onder de indruk. In plaats van vrijlaten werden de regels verhard. Mosje keerde terug naar G-d met de klacht “Waarom heeft u dit volk slecht behandeld?”.
Geplaatst door edgar
op January 10 2010 08:09:08
| 0 Reacties ·
380 keer gelezen ·
|
|