Wij lezen in feite twee parsji'ot, beide bestaan uit wetten en voorschriften die betrekking hebben op de reinheid en onreinheid. Nadat een vrouw een baby krijgt, dient ze in het Mikva zich te reinigen. Tsara’at is een onnatuurlijke uitslag die kan verschijnen zowel op de huid van mensen, als op muren van huizen en op kleren. Een koheen moet het inspecteren en dan een uitspraak doen of deze uitslag rein of onrein is. Ook is de mitswa van Brit-mila in deze Parasja te vinden.
In de tweede Parsja lezen wij over een persoon die ‘besmet’ werd met tsara’at (een Metsora.) Hij moest buiten het kamp (of stad) verblijven totdat hij genezen was. Een kleed of muur waarop tsara’at gesignaleerd werd, moest verwijderd worden. Wanneer de persoon in kwestie genezen was, diende hij een procedure te ondergaan om weer rein te worden. Ook bepaalde soorten van bloedverlies kan onreinheid veroorzaken, waarvoor onderdompelen in een Mikva nodig is.
Geplaatst door edgar
op April 16 2010 17:03:28
| 0 Reacties ·
219 keer gelezen ·
|
|